Baanbrekende uitspraak inzake John de Mol vs. Facebook

Baanbrekende uitspraak inzake John de Mol vs. Facebook 1920 1440 Tineke Pals

De 11e van de 11e was dit jaar niet alleen Sint Maarten maar ook de dag dat de rechtbank Amsterdam Facebook voor het blok zette.

Nepadvertenties

Nepadvertenties op Facebook en Instagram; ze komen steeds vaker voor. U kent ze wel: beroemdheid A en beroemdheid B rijk geworden door Bitcoins etc. In dit geval was het John de Mol die er genoeg van had dat zijn naam en foto werden misbruikt voor schaamteloze advertenties van een obscuur bedrijf van het type: ‘Doe als John de Mol, ga in Bitcoins en wordt snel rijk!’ Wie erop in ging kreeg geen Bitcoins, maar was zijn geld wel voorgoed kwijt. Niet alleen misbruik van John de Mol dus, maar ook oplichting van de argeloze bezoeker van Facebook of Instagram.

John de Mol spande een kort geding aan tegen Facebook en eiste verwijdering van de advertenties maar ook afgifte van de gegevens van de adverteerder. Uiteraard zijn die bij Facebook bekend, want zonder betaling worden er geen advertenties geplaatst. Facebook verdient fors geld aan deze neppraktijken.

Richtlijn inzake elektronische handel

De advocaten van de Mol baseerden de vordering op het leerstuk van de onrechtmatige daad (artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek) door Facebook waardoor de Mol schade leed. Ze eisten verwijdering van de nepadvertenties op straffe van een dwangsom . Facebook verweerde zich met een beroep op de Europese Richtlijn inzake elektronische handel, inhoudende dat een ‘neutrale’ tussenpersoon niet aansprakelijk is voor de informatie op haar platforms. Met andere woorden: ‘Ik kan er niks aan doen!’

Economisch belang Facebook

FacebookDaar ging de rechter terecht niet in mee. Deze richtlijn, zo stelde hij, is ruim 20 jaar geleden tot stand gekomen en de wereld is inmiddels behoorlijk veranderd. Het internet was toen nog redelijk overzichtelijk, platforms als Facebook waren neutraal, maar inmiddels zijn er vele mengvormen ontstaan. Facebook accepteert tegen betaling nepadvertenties, ook als men weet of kon weten dat dit strijdig is met de privacy. Met een eenvoudige controle kunnen ze worden tegen gehouden. Dat laatste gaf de doorslag voor de rechtbank Amsterdam die Facebook veroordeelde tot het verwijderen van de nepadvertenties in welke vorm dan ook, onder verbeurte van € 10.000,- dwangsom per dag met een maximum van € 1.000.000,-.

Daarnaast werd Facebook veroordeeld om de gebruiks- en betaalgegevens van de nepadverteerder te verstrekken aan John de Mol. Dit proces belooft dus een staartje te krijgen; een procedure tegen de adverteerder zelf, waar deze zich dan ook mag bevinden. Dat laatste is voor de gebruikers niet duidelijk, maar voor Facebook wel!

Facebook overweegt hoger beroep. We zullen het zien.

Al in 2014 Google/Spain arrest

Verbazingwekkend is dat de advocaten van John de Mol zich niet hebben gebaseerd op de recente Europese verordening, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (ook wel AVG).  Het staat vast dat Facebook met de nepadvertenties (met naam en het portret van John de Mol) persoonsgegevens verwerkt, uiteraard zonder zijn toestemming. Het staat vast dat daarmee sprake is van een onrechtmatige verwerking in de zin van de AVG en dat op basis daarvan verwijdering kan worden geëist, alsmede een schadevergoeding. In zaken tegen Google (een zoekmachine, nog iets anders dan een platform zoals Facebook) worden verwijderingsverzoeken regelmatig toegewezen sinds het Europees Hof in 2014 in de beroemde zaak Google/Spain heeft vastgesteld dat onder bepaalde voorwaarden Google zoekresultaten dient te verwijderen.

Het gaat dan meestal niet om advertenties, maar om een link naar eerder verschenen artikelen en berichten. Als dat al sinds 2014 vaste rechtspraak is, hoe is het dan mogelijk dat Facebook en Instagram  beweren niets te kunnen doen tegen het plaatsen van nepadvertenties met herkenbare portretten en namen?

AVG tegen brutale privacy-inbreuken

Als eisende partij zou ik de AVG als rechtsgrond voor verwijdering en schadevergoeding nu krachtig  naar voren brengen. De 20 jaar oude Richtlijn inzake Elektronische Handel met zijn nadruk op de neutraliteit van internet-platformen is inderdaad achterhaald. De AVG is er juist gekomen om op te treden tegen dit type brutale inbreuken op de privacy, die een wereldwijde omvang kennen en zonder tijdslimiet zijn.

In het geval van hoger beroep door Facebook: vooral je beroepen op de AVG, zou ik zeggen.