Belastingontduiking leidt tot aansprakelijkheid jegens Belastingdienst

Belastingontduiking leidt tot aansprakelijkheid jegens Belastingdienst 1920 1908 Michiel van Eersel

Een trustkantoor verrichtte werkzaamheden ten behoeve van kasgeldvennootschappen en aan het zicht van de Belastingdienst onttrokken vennootschappen.

Volgens de Belastingdienst heeft deze dienstverlener samen met de (belastingadviseur van de) klant op een arglistige en onrechtmatige wijze een ingewikkelde en ondoorzichtige constructie opgetuigd. Dit is kort gezegd gedaan door het fingeren, dan wel met een oneigenlijk doel doen ontstaan van achtereenvolgens een schuldoverneming, een dividenduitkering, een agiostorting, een contract met een boeteclausule en daaruit voortvloeiend verlies en het betalen van exorbitante commissies.

Belastingontduiking BelastingdienstDe Belastingdienst liep hierdoor grote sommen aan belastinginkomsten mis. Voor deze schade heeft de Belastingdienst het betrokken trustkantoor aangesproken in een civiele procedure. De rechtbank heeft daarin de gedragingen van het trustkantoor getoetst aan de maatstaf van redelijk handelend een redelijk bekwame opdrachtnemer. Het trustkantoor heeft hieraan door de bewezen schending van integriteitsnormen niet voldaan. Bestuurders van het trustkantoor treft hiervan een persoonlijk ernstig verwijt. Het trustkantoor was tevens bestuurder van een aantal van de betreffende vennootschappen en is ook uit dien hoofde (mede)aansprakelijk.

Zie hier de volledige uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 februari 2018 en mijn annotatie daarvan.