Disfunctionerende belastingadviseur

Disfunctionerende belastingadviseur 150 150 Pieter Huisman

De Raad van State Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt in hoger beroep dat het gedrag van de heer X als gemachtigde in fiscale zaken blijk geeft van ernstig disfunctioneren. Als disfunctionerende belastingadviseur is bij de Belastingdienst het vertrouwen in een professionele relatie terecht komen te ontvallen.

Casus

De heer X heeft een belastingadvieskantoor. De Directeur Midden- en kleinbedrijf van de Belastingdienst (hierna: de Belastingdienst) ontzegt X bij beschikking het recht om op te treden als gemachtigde voor de duur van vijf jaar (art. 2:2 Awb). De weigering geldt alleen voor hem persoonlijk.

Volgens Rechtbank Gelderland heeft de Belastingdienst de weigering terecht gebaseerd op twee strafrechtelijke veroordelingen wegens het opzettelijk indienen van valse aangiften en het medeplegen van valsheid in geschrift.

Disfunctionerende belastingadviseur

X stelt in hoger beroep dat de Belastingdienst al jaren een hetze tegen hem en zijn kantoor voert. Verder heeft de rechtbank zich ten onrechte gebaseerd op de veroordelingen, zonder aandacht te besteden aan de feiten en omstandigheden die daaraan ten grondslag liggen.

Oordeel

De Raad van State Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het gedrag van X als gemachtigde in fiscale zaken blijk geeft van ernstig disfunctioneren, waardoor bij de Belastingdienst het vertrouwen in een professionele relatie terecht is komen te ontvallen. De twee inmiddels onherroepelijke strafrechtelijke veroordelingen vormen hiertoe voldoende grond, dit gezien de ernst van de bewezen verklaarde feiten en de gerede kans dat zich in de toekomst vergelijkbare problemen zullen voordoen. De strafbare feiten zijn namelijk delicten op fiscaal terrein en houden direct verband met zijn werkzaamheden als belastingadviseur. Gelet op de urgentie van de belangen die art. 2:2 lid 1 Awb bedoelt te beschermen, is het ook niet noodzakelijk dat de strafrechtelijke veroordelingen al onherroepelijk zijn. Er is voorts geen sprake van een hetze tegen X. Het beroep van X is ongegrond.

Wet openbaarheid van bestuur Wet openbaarheid van bestuur

Wet openbaarheid van bestuur

 

 

 

 

 

Pieter Huisman                         Solange Drieshen                          Ina Brouwer

Advocaten bestuursrecht