Gemeente mag adres opgerolde wietkwekerij niet publiceren

Gemeente mag adres opgerolde wietkwekerij niet publiceren 150 150 Solange Drieshen

In een persbericht van 6 juni jl. schrijft de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP) over een door haar verricht onderzoek – in het kader van haar toezichthoudende taak – naar de noodzaak om adressen van in de gemeente Renkum ‘opgerolde’ wietkwekerijen via het internet openbaar te maken.

Gemeente Renkum publiceerde de adressen van opgerolde wietkwekerijen, om zo (toekomstige) pandeigenaren, huurders en verhuurders te informeren over het feit dat op een bepaald adres een wietplantage is ontruimd. Een ander doel van het publiceren van zogenoemde ‘wietadressen’ zag volgens de gemeente op het ontmoedigen van hennepkwekers.

Het publiceren van persoonsgegevens is een zogenoemde ‘verwerking’ in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp). Voor de verwerking van persoonsgegevens is een grondslag in de zin van art. 8 Wbp vereist. In art. 8 aanhef en onder c Wbp is bijvoorbeeld neergelegd dat de verantwoordelijke (in dit geval: de gemeente) gerechtigd is gegevens te verwerken indien dit noodzakelijk is ter uitvoering van een wettelijke verplichting die op hem rust.

Volgens de gemeente was de gegevensverwerking noodzakelijk om te voldoen aan de wettelijke verplichting van de burgemeester, gelegen in art. 172 Gemeentewet, tot de handhaving van de openbare orde. Om aan deze wettelijke taak te voldoen, heeft de gemeente – voor de bestrijding van hennepkwekerijen – art. 13b van de Opiumwet ook als wettelijke grondslag genoemd. Ingevolge art. 13b van de Opiumwet is de burgemeester namelijk bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen een hennepkwekerij wordt aangetroffen. Ten slotte noemt de gemeente haar ‘Beleidsregel artikel 13b Opiumwet, Gemeente Renkum’ als grondslag. Hierin zijn de maatregelen – waaronder de publicatie van wietadressen op de gemeentelijke website – aangeduid. In de Beleidsregel is bepaald dat een nadere belangenafweging moet plaatsvinden om te komen tot het opleggen van een last onder bestuursdwang.

Noodzakelijk voor uitvoering wettelijke verplichting?

De AP onderzocht of in dit geval sprake was van een wettelijke verplichting waaruit een noodzakelijke gegevensverwerking voortvloeide, zoals bedoeld in art. 8 aanhef en onder c Wbp. De AP gaat bij deze norm uit van een tweetal toetsingscriteria, namelijk:

  1. Is de gegevensverwerking noodzakelijk ter uitvoering van een wettelijke verplichting?
  2. Dient de verantwoordelijke te zijn belast met de uitvoering van de wettelijke verplichting?

(1) Volgens de AP is het op het internet plaatsen van zogenoemde ‘wietadressen’ niet noodzakelijk ten behoeve van de wettelijke verplichting waarop de gemeente een beroep doet en om die reden in strijd met de Wbp. Bovendien, in de ‘Beleidsregel artikel 13b Opiumwet, Gemeente Renkum’ ontbreekt een nadere belangenafweging om concreet tot de maatregel van publicatie te komen. Er is met andere woorden geen grondslag in de zin van art. 8 Wbp voor de publicatie. In haar onderzoek is de AP vervolgens verder ingegaan op het doel van de publicatie in samenhang met de proportionaliteit en subsidiariteit van deze maatregel. De AP concludeert naar aanleiding van haar eigen onderzoek, dat de gemeente Renkum nu al de benodigde maatregelen (denk aan het houden van een voorlichtingsbijeenkomst voor pandeigenaren en verhuurders of het opleggen van sancties op bestuurs-, straf- of civielrechtelijk niveau) inzet om de hiervoor genoemde doelen (informeren/ontmoedigen) te bereiken. Tot dusver is niet gebleken dat deze maatregelen in de gemeente Renkum tot een onvoldoende resultaat leiden, zo stelt de AP. Volgens de AP zijn andere, minder ingrijpende (juridische) maatregelen mogelijk om te komen tot de door de gemeente gestelde doelen. Daarnaast, door een wietadres op het internet te publiceren, kan een (toekomstige) pandeigenaar, verhuurder of huurder die niets met de hennepkwekerij van doen heeft, volgens de AP juist worden benadeeld.

(2) Ten aanzien van het tweede toetsingscriterium oordeelt de AP dat de gemeente Renkum vanzelfsprekend is belast met de uitvoering van de genoemde wettelijke verplichting. Echter, de publicatie van adressen van opgerolde wietkwekerijen op de gemeentelijke website valt niet onder deze wettelijke verplichting. Volgens de AP is het namelijk niet zo dat het uitvoeren van de wettelijke verplichting redelijkerwijs niet mogelijk is zónder de publicatie van adressen van opgerolde wietadressen. De AP merkt hierbij op dat de wettelijke verplichting die publicatie bovendien niet als zodanig inhoudt.

Conclusie

Kort en goed, de AP stelt vast dat het publiceren van de wietadressen een overtreding oplevert van art. 8 Wbp. De gemeente heeft daaropvolgend alle waarschuwingsbrieven, adressen en persberichten van de gemeentelijke website gehaald. Verder heeft de gemeente aangegeven in de toekomst geen adressen van opgerolde wietkwekerijen meer op internet te publiceren.

De AP besluit niet handhavend op te treden jegens de gemeente Renkum, maar benadrukt dat zij bij nieuwe signalen opnieuw een onderzoek kan instellen.

Slotsom is dat de taak tot het uitvoeren van een wettelijke verplichting niet zomaar gegevensverwerking rechtvaardigt. De AP voegt hieraan toe dat, gelet op de aard van de inbreuk op de privacy, een belangenafweging van geval tot geval nodig is.

Heeft u een vraag naar aanleiding van dit artikel? Of heeft u een andere privacy-gerelateerde vraag? Wij helpen u graag verder.