Naming and shaming door Inspectie bij zware en ernstige asbestovertredingen

Naming and shaming door Inspectie bij zware en ernstige asbestovertredingen 150 150 Pieter Huisman

Op 17 juli jl. is de Beleidsregel openbaarmaking inspectiegegevens bij zware en ernstige asbestovertredingen gepubliceerd. Deze treedt op 15 augustus a.s. in werking. De Inspectie wil laten zien wat ze doet en verantwoording hierover afleggen en uit preventieoogpunt laten zien welke asbestsaneerders de fout ingaan. De gegevens zullen worden gepubliceerd op inspectieszw.nl/asbest en blijven maximaal 5 jaar daarop zichtbaar.

De openbaarmaking vindt plaats binnen het juridisch kader van de Wet openbaarheid bestuur. Artikel 8 daarvan biedt de grondslag voor actieve openbaarmaking.

De asbestovertredingen waarop de beleidsregel ziet (zie art. 1 Beleidsregel) betreffen overtredingen die het kenmerk hebben dat er gevaar is voor blootstelling aan asbest, omdat niet de vereiste maatregelen zijn getroffen respectievelijk er een ongewenste asbestemissie heeft plaatsgevonden vanwege het feit dat niet de vereiste maatregelen zijn getroffen. Denk aan het niet volledig of onjuist in beeld brengen van het aanwezige asbest, het saneren van het asbest of het onterecht vrijgeven na een eindmeting na afloop van de sanering. Het gaat hier niet alleen om de bescherming van degenen die de arbeid verrichten maar ook om de bescherming van omwonenden of andere derden.

Bij elk besluit tot openbaarmaking dient het algemeen belang van openbaarheid te worden afgewogen tegen de in art. 10 van de Wob genoemde belangen. De Wob kent echter voor milieu-informatie een ruimer openbaarmakingsregime.

In art. 3 van de Beleidsregel worden de inspectiegegevens genoemd die actief openbaar mogen worden gemaakt. Het gaat hierbij om de naam en de vestigingsplaats van de rechtspersoon dan wel natuurlijke persoon ingeval van een eenmanszaak. Ook wordt de geconstateerde overtreding, de datum en locatie van overtreding bekendgemaakt. Dit geldt ook voor de besluiten tot het opleggen van een bestuurlijke boete (…) en de besluiten tot het bevel tot stillegging van werk bij recidive. De onderliggende besluiten zelf worden niet geplaatst. Zolang de mogelijkheid bestaat een rechtsmiddel in te stellen dan wel als een rechtsmiddel is ingesteld, wordt dit ook vermeld. Tijdens de zienswijzefase (zie verderop) kan belanghebbende gebruik maken van de mogelijkheid een schriftelijke reactie van ten hoogste 100 woorden op te stellen. Deze reactie wordt samen met de gegevens op de website gepubliceerd.

Qua rechtsbescherming van de belanghebbende is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Belanghebbenden kunnen daarom een zienswijze over het voornemen tot openbaarmaking naar voren brengen. Belanghebbende zal doorgaans het bedrijf zijn waar de inspectie heeft plaatsgehad of de rechtspersoon of natuurlijke persoon onder wiens gezag op een locatie asbest is verwerkt of bewerkt of de zzp-er die asbest of asbesthoudend materiaal ver- of bewerkte. De belanghebbende kan tegelijkertijd zijn zienswijze geven op het voornemen tot oplegging van een boete en op het voornemen om deze boete openbaar te maken. Er geldt een termijn van twee weken voor het indienen van een zienswijze op het voornemen tot openbaarmaking.

Indien de Inspectie na beoordeling van de zienswijze besluit geen bestuurlijke boete of bevel tot stillegging op te leggen, dan wordt er ook niet overgegaan tot openbaarmaking daarvan.

Indien wel over wordt gegaan tot het opleggen van een boete of stillegging, dan wordt met de openbaarmaking nog 10 werkdagen gewacht. In deze periode heeft belanghebbende de mogelijkheid een voorlopige voorziening in te dienen. Doet hij dit, dan wordt de publicatie opgeschort totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan.

Gelet op het grote gevaar op asbestblootstelling bij overtreding van art. 4.54d eerde lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit (verrichten van asbestwerkzaamheden die ingedeeld zijn in RK 2 of 3 zonder in het bezit te zijn van het daarvoor vereiste certificaat asbestverwijdering) kan er tevens een persbericht worden uitgevaardigd.

Zie voor meer informatie ook de brief van Minister Asscher van 21 februari dit jaar (Kamerstuk 25 883, nr. 232) en de Beleidsregel en de bijbehorende toelichting (Staatscourant nr. 20152 van 17 juli 2014).