Nieuw boetebeleid in de zorg

Nieuw boetebeleid in de zorg 150 150 Solange Drieshen

Het Instrument van de bestuurlijke boete is een middel voor de minister om naleving van volksgezondheidswetten te bevorderen en de verschillende doelstellingen van deze wetten te realiseren. In deze volksgezondheidswetten zijn de maximaal op te leggen boetebedragen aangegeven.

Boetebeleid

Op 20 januari jl. publiceerde de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de Beleidsregels Bestuurlijke Boete Minister VWS 2016. In deze beleidsregel is neergelegd met welke factoren de minister rekening dient te houden bij het bepalen van de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete. Ook de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn in deze beleidsregel verankerd.

Met deze beleidsregel introduceert de minister een nieuw boetebeleid inzake de handhaving van de volgende zorgwetten:

  • Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal
  • Geneesmiddelenwet
  • Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg
  • Wet op de medische hulpmiddelen
  • Opiumwet
  • Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg
  • Wet afbreking zwangerschap
  • Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
  • Jeugdwet
  • Wet inzake bloedvoorziening
  • Wet maatschappelijke ondersteuning

Zoals gezegd zijn in deze beleidsregel factoren opgenomen die bepalend zijn voor de berekening van de hoogte van de bestuurlijke boete. Hierbij valt te denken aan de mate van verwijtbaarheid (heeft de overtreder pogingen ondernomen de overtreding te voorkomen dan wel te beëindigen), bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld de medewerking van de overtreder aan het onderzoek) en de vraag of sprake is van recidive.

De minister doorloopt per afzonderlijke overtreding een achttal stappen om te komen tot het uiteindelijke boetebedrag:

  • Stap 1: zwaarte van de categorie van het overtreden voorschrift (mogelijkheid tot opleggen waarschuwing)
  • Stap 2: de ernst van de overtreding
  • Stap 3: bepalen voorlopig boetebedrag
  • Stap 4: verwijtbaarheid
  • Stap 5: overige bijzondere omstandigheden
  • Stap 6: bepalen voorlopig boetebedrag
  • Stap 7: (is sprake van een) natuurlijke persoon of onderneming, (nagaan van) grootte van de onderneming
  • Stap 8: (is sprake van) recidive

boetebeleidIn de beleidsregel zijn overigens normbedragen opgenomen om proportioneel te kunnen straffen.

Om tot een slot te komen, met deze beleidsregel wordt nog eens de veranderende zienswijze[1] met betrekking tot het bepalen van de hoogte van bestuurlijke boeten bevestigd. Ten aanzien van de Wet medische hulpmiddelen en de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een tweetal afzonderlijke uitspraken gedaan over de differentiatie van de hoogte van de bestuurlijke boete. Naar aanleiding van deze uitspraken is deze beleidsregel gewijzigd.

Kortom, de hoogte van een bestuurlijke boete – als reactie op een overtreding van een voorschrift, gelegen in een van de genoemde zorgwetten – dient door de minister per individueel geval worden bepaald aan de hand van een aantal uiteenlopende factoren. Ten slotte is een andere wijziging dat deze beleidsregel, naast het boetebeleid, in tegenstelling tot de vorige beleidsregel, ook ziet op de handhaving van overtredingen inzake de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning.

boetebeleid boetebeleid

boetebeleid

 

 

 

 

 

Pieter Huisman                               Solange Drieshen                              Ina Brouwer

Advocaten bestuursrecht

[1] Hiervan zijn de ontwikkelingen rondom het boetebeleid inzake de Wet arbeid vreemdelingen een voorbeeld.