Oplichting kent vele varianten

Oplichting kent vele varianten 1920 1114 Pieter Huisman

De Hoge Raad heeft zich onlangs in een tweetal arresten weer eens over oplichting uitgelaten. 

‘Valse hoedanigheid’

Het aannemen van een valse hoedanigheid kan bijvoorbeeld geschieden door het zich in strijd met de waarheid voordoen als bonafide verkoper, die in staat en voornemens is de bij hem gekochte en aan hem vooruitbetaalde goederen te leveren.

oplichtingNu verdachte zich, bij het op internet aanbieden van elektronische apparatuur en evenemententickets, het vragen van betaling daarvoor en het niet leveren daarvan, heeft bediend van professioneel ogende websites waarop een veelheid aan producten werd aangeboden zonder dat de verdachte de mogelijkheid en de intentie had die producten daadwerkelijk te leveren, waarbij de verdachte de namen van die websites (prolecto.nl en worldticketscentre.eu) dusdanig heeft gekozen dat deze de associatie opriepen met bestaande betrouwbare websites (prolectro.nl en worldticketcentre.nl), is er sprake van het aannemen van een valse hoedanigheid en kan oplichting (art. 326 Sr) bewezen worden, zo stelt de Hoge Raad in haar arrest van 26 mei 2015.

‘Samenweefsel van verdichtsels’

Oplichting kan tevens geschieden door gebruikmaking van een ‘samenweefsel van verdichtsels’. In het tweede arrest van de Hoge Raad van 26 mei 2015 had de verdachte zich onder andere wederrechtelijk bevoordeeld door:

  1. derden te bewegen tot de afgifte van 25 euro en een pakje sigaretten en een hoeveelheid bier. Dit deed hij door in strijd met de waarheid aan te vertellen dat hij in Vietnam was beroofd en dat zijn vriend(en) zou(den) komen met 600 euro zodat hij alles kon betalen.
  2. iemand bewogen tot het verlenen van een dienst, namelijk het meerdere malen vervoeren in een taxi (ter waarde van ongeveer 400 euro) en het betalen/voorschieten van een hotelovernachting door te vertellen dat hij zijn portemonnee kwijt was en dat hij zijn portemonnee mogelijk in het ziekenhuis had verloren en dat hij zijn vrouw in Singapore zou bellen om haar te vragen het geld voor de taxirit over te maken en dat hij, verdachte, zakenman was en dat hij een bedrijf op wilde starten in Nederland en de betrokkene had gevraagd of die interesse had om voor hem te komen werken en met die betrokkene naar een Mercedes dealer en naar een Mini Cooper dealer is gereden en daar twee auto’s gekocht heeft en met diens vrouw een gesprek heeft gevoerd over de werkzaamheden die betrokkene dan voor hem zou gaan verrichten, waardoor betrokkene werd bewogen tot bovenomschreven dienstverlening.

De Hoge Raad oordeelde in dit geval echter, dat nu niet vast was komen te staan dat de door verdachte gebruikte mededelingen onwaar waren, oplichting door middel van een “samenweefsel van verdichtsels” niet bewezen kon worden.