Levert een peilbaken een schending van privacy op?

Levert een peilbaken een schending van privacy op? 1280 1920 Solange Drieshen

Het inzetten van technische apparatuur om inzicht te krijgen in de handel en wandel van een verdachte is in het strafrecht al lang geen nieuwigheid meer. De wet schrijft zelfs vrij precies voor wanneer het mag en welke regels daar dan aan verbonden zijn. Zo moet bijvoorbeeld volgens art. 126g Sv een officier van justitie een bevel tot een stelselmatige observatie afgeven. Een peilbaken is zo een apparaat.

Wat is een peilbaken?

Een peilbaken wordt onder de auto van een verdachte geplaatst om zo te kijken waar deze zich bevindt. Een verweer hiertegen, inhoudende dat de privacy van verdachte in te ernstige mate geschonden is, slaagt slechts zelden. Zo ook in de volgende zaak waarin een peilbaken een grote rol speelde in de opsporing en aanhouding van de verdachte.

Voorbeeld uit de praktijk

Peilbaken

Artikel 126g lid Sv

In het arrest van het Hof te Amsterdam werd een oordeel gegeven over de volgende situatie. Verdachte, al eerder veroordeeld voor het plegen van auto-inbraken, had – zonder zijn medeweten natuurlijk – een peilbaken van de politie onder zijn auto geplaatst gekregen. De politie kreeg een automatisch gegenereerd signaal door van dit peilbaken als de auto van de verdachte “reisbewegingen” maakte die pasten bij de door de verdachte eerder gepleegde misdrijven. Het peilbaken was alleen “live” te bekijken.

Het baken zat er vers twee dagen op toen de politie een signaal door kreeg dat het voertuig van de verdachte zich verplaatste. Een agent reed naar de locatie in kwestie en zag de auto van verdachte, hoorde daarna meerdere klappen en hoorde glas vallen en een alarm afgaan. Hij zag daarna twee mannen voorbij rennen waarvan er een iets bij zich droeg. Ze stapten in de auto met het peilbaken en reden weg. De agent ziet een auto waaruit zojuist navigatieapparatuur is gestolen. Het voertuig van de daders wordt even later gestopt en de mannen aangehouden.

Onrechtmatige stelselmatige observatie?

De advocaat van de verdachte, in wiens auto de verdachte en zijn mededader vluchtten en waaronder het peilbaken was geplaatst, voerde tijdens de rechtszitting aan dat door plaatsing van het peilbaken er sprake was van een stelselmatige observatie, terwijl de officier hiervoor geen machtiging had gegeven. Het hof bepaalde hierop dat een dergelijk observatie onrechtmatig kan zijn als deze een min of meer compleet beeld geeft van bepaalde aspecten van het leven van de verdachte. Dit alles hangt af van de omstandigheden van het geval, zoals:

Peilbaken privacy strafrecht

  • de duur
  • de intensiteit
  • de plaats
  • het doel van de observaties en
  • de wijze waarop zij hebben plaatsgevonden.

Nu het peilbaken in kwestie slechts twee dagen onder de auto had gezeten en de auto alleen werd gevolgd bij “reisbewegingen” die pasten binnen eerder strafbaar gedrag van de verdachte, vond het hof de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte zo beperkt dat hier geen bevel van de officier nodig was geweest. De politie mocht op basis van de algemene politietaak (artikel 3 Politiewet) handelen zoals ze hadden gedaan. Het verweer werd verworpen.