Strafbaar ‘feitelijk leidinggeven’ aan een rechtspersoon

Strafbaar ‘feitelijk leidinggeven’ aan een rechtspersoon 1920 1281 Solange Drieshen

Er kan iets in uw onderneming gebeuren waardoor een toezichthouder, politie of justitie onderzoek gaat doen. Uit dat onderzoek kan blijken dat sprake is van strafbaar handelen. Als ondernemer kunnen ze u aansprakelijk stellen voor een strafbare handeling binnen uw onderneming. Daarvoor moeten ze onderzoeken of u als ‘feitelijk leidinggever’ kan worden gekwalificeerd. Dat is een juridische kwalificatie.

Allereerst moeten ze vaststellen dat uw rechtspersoon een strafbaar feit heeft gepleegd of daaraan heeft deelgenomen. Pas daarna komt de vraag aan bod of u als feitelijk leidinggever hiervoor (zelf ook) strafrechtelijk aansprakelijk bent.

Deze tweedeling in strafbaarheid wordt hieronder uiteengezet aan de hand van het overzichtsarrest dat de Hoge Raad wees op 26 april 2016. In dit arrest is het beslissingskader uiteengezet rond de strafbaarheid van een natuurlijk persoon voor gedragingen die door de rechtspersoon zijn gepleegd.

1. Wanneer is de rechtspersoon dader van een strafbaar feit?

De Hoge Raad heeft bepaald dat een rechtspersoon kan worden aangemerkt als dader van een strafbaar feit indien de gedraging redelijkerwijs aan die rechtspersoon kan worden toegerekend.

De vraag die men hiertoe moet beantwoorden is of de gedraging die heeft plaatsgevonden is verricht in de ‘sfeer van de rechtspersoon’.

De Hoge Raad heeft al eerder voorbeelden gegeven van gedragingen die vallen in de ‘sfeer van de rechtspersoon’:

  •  Een handelen of nalaten van iemand die uit hoofde van een dienstbetrekking of uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon;
  • Een gedraging die past in de normale bedrijfsvoering of taakuitoefening van de rechtspersoon;
  • Een gedraging die de rechtspersoon dienstig is geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf of in diens taakuitoefening;
  • De situatie dat de rechtspersoon erover mocht beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedrag blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard werd of placht te worden aanvaard, waarbij onder bedoeld aanvaarden mede begrepen is het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kon worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging. (Dit is een juridische mond vol, het komt er simpel gezegd op neer dat – indien mogelijk –  de middelen en de macht van de rechtspersoon gebruikt zijn om de strafbare gedraging te voorkomen).

Als een gedraging valt onder een van deze onderdelen dan wordt deze in beginsel toegerekend aan de rechtspersoon. De onderneming is dan strafbaar.

Opzetvereiste rechtspersoon

Overigens kan het zijn dat de delictsomschrijving van het strafbare feit opzet vereist. Hoe kan in dat geval in het handelen van een rechtspersoon opzet worden vastgesteld?

Feitelijk leidinggever

Voor de beantwoording van deze vraag zijn van belang de relevante feiten en omstandigheden. Het opzet van een rechtspersoon kan onder omstandigheden bijvoorbeeld worden afgeleid uit het beleid van de rechtspersoon of uit de feitelijke gang van zaken. Ook kan zich de situatie voordoen dat het opzet van een natuurlijk persoon aan de rechtspersoon kan worden toegerekend.

2. Wanneer is de feitelijk leidinggever strafrechtelijk aansprakelijk voor het strafbare feit gepleegd door een rechtspersoon?

Om iemand als feitelijk leidinggever te vervolgen is vervolging van de rechtspersoon zelf niet vereist. Als de rechtspersoon als dader wordt aangemerkt én er sprake is van ‘feitelijk leidinggeven’ kan de feitelijk leidinggever strafrechtelijk aansprakelijk worden gehouden.

Wie wordt nu als ‘feitelijk leidinggever’ aangemerkt?

De taalkundige betekenis van het begrip doet vermoeden dat een feitelijk leidinggever per definitie een bestuurder van een rechtspersoon is. Uit rechtspraak blijkt echter dat enkel de arbeidsrechtelijke functie onvoldoende is om een natuurlijk persoon aan te wijzen als feitelijk leidinggever. Sterker nog, een dergelijke juridische positie is überhaupt geen vereiste. Iemand die geen formeel dienstverband heeft met de rechtspersoon in kwestie kan als feitelijk leidinggever van een door de rechtspersoon begaan strafbaar feit worden aangemerkt.

Kortom, de feitelijke omstandigheden van het geval spelen een belangrijke rol. Daarbij is van belang dat de natuurlijke persoon:

  • de bevoegdheid heeft om in te grijpen;
  • invloed kon hebben op het plegen van de verboden gedraging door de rechtspersoon.

Vervolgens rijst de vraag wanneer de feitelijk leidinggever strafrechtelijk aansprakelijk is. De Hoge Raad heeft de criteria hiertoe al eerder geformuleerd in de zogenaamde Slavenburg-jurisprudentie. Van feitelijk leidinggeven aan de verboden gedraging is sprake indien 1) de verdachte maatregelen ter voorkoming van die gedraging achterwege laat, hoewel hij daartoe wel bevoegd en redelijkerwijs ook gehouden is en hij (2) bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat de verboden gedraging zich zal voordoen, zodat hij die gedraging opzettelijk bevordert.

Aanvulling

De Hoge Raad heeft in aanvulling op het bovenstaande in april van 2016 (nog meer) gedragingen aangewezen die als strafbaar ‘feitelijk leidinggeven’ door kunnen:

  • Actief en effectief leidinggevend gedrag dat onmiskenbaar binnen de gewone betekenis van het begrip valt;
  • De gedraging die het onvermijdelijke gevolg is van het algemene, door de verdachte gevoerde beleid;
  • Het leveren van een zodanige bijdrage aan een complex van gedragingen dat heeft geleid tot de verboden gedraging. Daarbij het nemen van een zodanig initiatief dat de verdachte geacht moet worden aan die verboden gedraging feitelijk leiding te hebben gegeven. Ook passieve gedragingen kunnen hieronder vallen. Denk aan de verdachte die bevoegd en redelijkerwijs gehouden is tot ingrijpen maar dit achterwege laat.

Opzetvereiste feitelijk leidinggever

feitelijk leidinggever strafbaar

Ten slotte is van belang dat bij de feitelijk leidinggever sprake moet zijn van opzet op de verboden gedraging. Dit opzetvereiste ligt in het feitelijk leidinggeven ten opzichte van de gedraging besloten. Voldoende is al dat de feitelijk leidinggever voorwaardelijk opzet op de gedraging had. Dit houdt in dat hij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de verboden gedraging zich zou voordoen.

Die situatie doet zich voor indien de feitelijk leidinggever bekend was met het begaan van strafbare feiten door de rechtspersoon. Van opzet is ook sprake indien de leidinggever de werkzaamheden zo heeft georganiseerd dat zijn werknemers de opdrachten niet kunnen uitvoeren zonder het begaan van strafbare feiten. Het gebrek aan wetenschap voorkomt niet zomaar de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de feitelijk leidinggever.

Conclusie

Allereerst moeten ze vaststellen dát de rechtspersoon een strafbaar feit heeft begaan. Als de rechtspersoon een strafbaar feit heeft begaan komt de vraag aan de orde of een natuurlijk persoon als feitelijk leidinggever daarvoor strafrechtelijk aansprakelijk is.

Feitelijk leidinggeven is een ruim begrip. Het kan hierbij zelfs gaan om slechts passieve gedragingen. Hetzelfde geldt voor het opzet dat de feitelijk leidinggever op de gedraging van de rechtspersoon moet hebben. Voldoende hiervoor is dat de natuurlijk persoon bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat de verboden gedraging zich zal voordoen.

Kort en goed, wees ervan bewust dat u in uw werkzaamheden voor een bedrijf mogelijk strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gehouden voor verboden gedragingen gepleegd binnen of door die rechtspersoon!

Laatste update: 15 april 2019
Publicatiedatum: 18 januari 2017